Neuscorrectie
Algemeen
Operatieve correcties van de neus worden uitgevoerd om verschillende redenen: om de neus te verkleinen, de vorm te verbeteren of een scheefstand te corrigeren. Of de operatie onder plaatselijke of algehele verdoving wordt uitgevoerd is afhankelijk van hoe uitgebreid de correctie is. Na het genezingsproces zijn de littekens nog maar nauwelijks te zien. Het doel van een correctie van de uitwendige neus is in de meeste gevallen het verkrijgen van een betere vorm.
De operatie
De operatie vindt meestal plaats onder algehele verdoving. Soms is het nodig om kraakbeen uit de oorschelp of het neustussenschot te halen om de gewenste contourcorrectie te realiseren. Voor een aantal correcties is het noodzakelijk om naast correctie van het kraakbeen in de neus ook het benige deel te corrigeren. In die gevallen zal een neustampon worden ingebracht die enkele dagen moet blijven zitten.
Na de operatie
Met name bij correctie van het benige deel van de neus treedt een zwelling op, die een week blijft bestaan. Veelal wordt een pleister of gipsverband aangelegd, dat een week moet blijven zitten. Het resultaat van de correctie is pas na enkele weken zichtbaar en heeft een blijvend karakter.
Artikel
Medische indicaties I.pdf