Carpaal tunnel syndroom
Algemeen
Het carpaal tunnel syndroom is een beklemming van de medianus zenuw in de carpale tunnel ter hoogte van de pols. Behalve de medianus zenuw gaan er negen pezen door de tunnel. Bij druktoename in de tunnel geeft dit geleidingsstoornissen van de medianus zenuw, hetgeen leidt tot tintelingen of een doof gevoel in een deel van de hand en de vingers. Ook kan er krachtsverlies van de hand optreden.
De operatie
De operatie wordt meestal in dagbehandeling uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. De carpale tunnel wordt geopend door middel van het doorsnijden van de bindweefselband over de tunnel. Zo nodig wordt het verdikte weefsel rond de pezen verwijderd. Na sluiting van de huid wordt een handverband aangebracht.
Na de operatie
Het verband mag na enkele dagen worden verwijderd. Na twee weken worden de hechtingen verwijderd. De eerste weken na de operatie zult u weinig kracht ervaren in de hand en kan het operatiegebied gevoelig zijn. Bij een ongestoorde wondgenezing en afhankelijk van de ernst van de aandoening kunt u uw hand na vier tot zes weken weer normaal gebruiken. Afhankelijk van de oorzaak, de ernst en duur van de beklemming van de medianus zenuw zullen de klachten verminderen of volledig verdwijnen na de operatie. Bij ernstige en langdurig bestaande klachten is de zenuw meestal zodanig beschadigd dat geen volledig herstel zal optreden. Indien nodig kan na de operatie een fysiotherapeut worden ingeschakeld.
Artikel
Carpaal tunnel syndroom.pdf